VVD verwerpt "Tweeluik religie en publiek domein"

1 okt 2009 in Inbrengen

 Het kabinet heeft samen met de Vereniging Nederlandse Gemeenten een handleiding geproduceerd voor gemeenten over hoe om te gaan met dilemma's op het gebied van scheiding van kerk en staat ("Tweeluik religie en publiek domein"). De VVD vindt dat dit beleid teveel ruimte biedt voor ongewenste verstrengeling tussen kerk en staat. De neutraliteit van de staat komt daarmee in gevaar. De VVD zal een motie indienen waarbij de regering wordt verzocht de handleiding in te trekken en het beleid te herzien.

Hieronder vindt u de inbreng van VVD woordvoerder Paul de Krom in het debat. Alleen het gesproken woord geldt.


Het wezen van onze seculiere samenleving is de scheiding der instituties van kerk en staat. De Staat bemoeit zich niet met religie, en omgekeerd. De Staat is neutraal. Het heeft geen opvatting over een bepaalde religie of levensovertuiging. Religie behoort primair tot het private domein. Deze inrichting van onze samenleving garandeert ieders vrijheid in dit land om te geloven wat hij wil. Juist daarom wordt in ons land niemand vervolgd vanwege zijn geloof of levensovertuiging. Dat is een groot goed. En helemaal niet vanzelfsprekend. In vele landen op de wereld worden mensen wel vervolgd vanwege hun religie. Daar bepaalt de Staat wat je wel en niet mag geloven. In Nederland is eeuwenlang strijd gevoerd om te komen waar we nu zijn. Met de 80-jarige oorlog bevrijdde Nederland zichzelf niet alleen van buitenlandse overheersing, maar ook van het juk van een staatsmodel waarbij kerk en staat elkaar overlappen. Aan de Inquisitie kwam een einde. De uit de oorlog voortgekomen Republiek kende een voor die tijd ongekende vrijheid van godsdienst en werd een vrijhaven voor degenen in Europa die hun land ontvluchtten vanwege hun geloof of overtuiging. Via de Verlichting, de Franse revolutie en de grondwet van 1848 zijn wij uiteindelijk aangeland bij de huidige staatsvorm: een seculiere rechtsstaat. Die is wat de VVD betreft een enorme verworvenheid. Wat ons betreft blijft iedereen daar met zijn vingers vanaf. 

In een seculiere rechtsstaat staat het begrip "burgerschap" centraal. Het staat voor respect en aanvaarding van onze rechtsorde, fundamentele rechten en plichten, onze democratische rechtsstaat, haar instellingen en voor ons intellectuele historische en culturele erfgoed. Burgerschap is het bindmiddel in onze samenleving. Het is de sleutel voor het volwaardig meedraaien van mensen in onze samenleving. Integratie voltrekt zich dan ook via burgerschap, en niet via religie. De overheid dient alle individuele burgers als individu aan te spreken. Niet als groep met een bepaalde religieuze overtuiging. Of dat nu om moslims gaat, orthodoxe christenen of Hindoestanen. Zij hebben ieder hun eigen geloof, maar het bindmiddel is het Nederlandse burgerschap. Daarom vond mijn fractie de aanstelling van een theoloog om een maatschappelijk debat te leiden in Rotterdam, principieel onjuist. Vertrekpunt van dergelijke debatten dient burgerschap te zijn, en niet religie - in dit geval de islam.

Burgerschap bepaalt waar de grenzen van een religie liggen als het gaat om het publieke domein. De overheid mag geen instrument van een religie zijn om de vrijheid van individuele burgers te beknotten. De VVD accepteert daarom niet dat uit naam van de zondagsrust het recht van burgers wordt beperkt om op zondag te winkelen. Zondagsrust is een individuele keuze die moet worden gerespecteerd. Maar evenzeer het recht van anderen om dat niet te doen. Wij accepteren niet dat uit naam van een religie vrouwen in het publieke domein apart worden behandeld en de gelijkwaardigheid van mensen opzij worden gezet. Wij willen geen gescheiden ingangen bij bibliotheken, geen aparte zitplaatsen voor vrouwen in theaters, bussen of ziekenhuizen, geen gescheiden inburgeringscursussen en geen gescheiden zwemlessen.

Omgekeerd bepaalt burgerschap ook waar de grens van de overheidsbemoeienis ligt. De overheid moet alle schijn van het voortrekken van een bepaalde religie boven een andere vermijden. Geen voorkeursbehandelingen dus. Religies concurreren met elkaar, de overheid mag daarin geen partij worden. Daarom is de VVD van mening dat vertegenwoordigers van de overheid zich niet moeten bemoeien met de bouw, instandhouding of achterstelling van moskeeën, kerken of geloofsgemeenschappen. Daarom vinden wij dat het geen overheidstaak is om religieuze instituties te subsidiëren of te sponsoren. Daarom is mijn fractie van mening dat de overheid zich niet moet bemoeien met interreligieuze dialogen. Dat is een zaak voor die religies zélf. Doelen ten behoeve van het algemeen belang, dienen in principe niet via religieuze instellingen te worden bereikt. Taallessen en huiswerkbegeleiding dienen via neutrale organisaties plaats te vinden en niet in moskeeën. Wij wensen geen subsidiering van katholieke processies, maar ook niet van Iftarmaaltijden. Daarom is de VVD principieel tegen de grondprijsdeal met Milli Gorus over de Westermoskee in Amsterdam of de overheidssubsidie voor het uiteindelijk niet van de grond gekomen islamitische debatcentrum Marhaba. Daarom vinden wij dat subsidies of inschakeling van religieuze evangelische organisaties in beginsel niet moeten worden betrokken bij de uitvoering van overheidsbeleid. En daarom vinden wij dat de overheid nooit websites mag sponsoren die als doel hebben een religie, of een bepaalde interpretatie ervan, te verspreiden. Ook dat is een taak van religies zélf.

Ik benadruk dat deze (klassiek liberale) neutrale houding van de overheid t.o.v. religie natuurlijk niet betekent dat de Staat anti-religieus behoeft te zijn. Vele op religieuze grondslag gevestigde organisaties spelen een belangrijke maatschappelijk rol in onze samenleving. Het is wat de VVD betreft geen enkel probleem om goede relaties met relevante maatschappelijke organisaties aan te houden. Het werk dat vele vrijwilligersorganisaties die in Nederland actief zijn, ook als dat religieus geïnspireerd is, verdient waardering. Pastoors, dominees en imams kunnen voor de overheid belangrijke gesprekspartners zijn. Maar met het formeel inschakelen van religieuze organisaties bij de uitvoering van beleid, bijvoorbeeld door subsidiëring, dient uiterst terughoudend te worden omgegaan. Evangelisatie is immers inherent aan zowel de Christelijke als de Islamitische geloofsovertuiging. In de praktijk zal zendingsdrang niet zo makkelijk te scheiden zijn van doelen die religieuze organisaties verrichten ten behoeve van het algemeen belang. Bovendien moet worden voorkomen dat elke religie zijn eigen welzijnsorganisatie opbouwt. Het is overigens goed om nog eens te benadrukken dat het leerstuk van de scheiding van kerk en staat niet betekent dat er in het publieke domein geen partijen kunnen zijn die politiek bedrijven op religieuze grondslag. Ik merk dat daar soms wel eens verwarring over bestaat.

Het document "Tweeluik religie en publiek domein" gaat er terecht van uit dat bij de uitvoering van beleid de gemeenten zelf hun keuzes moeten maken, zolang die niet op gespannen voet staan met in ieder geval de wet. Wij erkennen dat er soms spanning kan zijn tussen principes en pragmatisme. Welke keuzes in concrete gevallen worden gemaakt kan het beste worden gedaan door politici die er het dichtst bovenop zitten. De VVD heeft vertrouwen in lokale bestuurders om die afwegingen te maken.

Dat neemt echter niet weg dat er in de praktijk vaak naar de landelijke politiek wordt gekeken voor sturing en houvast. Ook is de VVD van mening dat als activiteiten met Rijksgeld worden betaald, "Den Haag" wel degelijk voorwaarden mag stellen aan de aanwending van die gelden. De discussie over wat wél en niet toelaatbaar is, moet daarom ook in Den Haag worden gevoerd. In dat licht vindt mijn fractie dat het document - los van de juridische context - te veel ruimte laat voor vermenging van kerk en staat. Mijn fractie vindt een aantal zaken waarover dit document nogal losjes doet ten principale niet wenselijk, zoals het financieel steunen van gematigde islamitische websites, voorlichting door de gemeente over religie, taal- en huiswerkcursussen in moskeeën,  het inschakelen van imams bij opvoedondersteuning of het door de overheid faciliteren of subsidiëren van interreligieuze dialogen. De standpunten in het document staan op gespannen voet de met de standpunten zoals ik die zojuist heb geformuleerd. Volgens de VVD horen deze activiteiten ten principale niet bij een overheid in een seculiere samenleving thuis. De VVD wil dat het kabinet daarom terugkeert naar de beginselen waarop ons land is gebouwd en het geschrevene vanuit het oogpunt van een seculiere rechtsstaat nogmaals beziet. Kortom: het kabinet moet wat ons betreft het huiswerk overdoen.